Hier vindt u een samenvatting van ons ondersteuningsprofiel:

Schoolondersteuningsprofiel (SOP)
In ons schoolondersteuningsprofiel (SOP) neemt het Handelingsgericht werken een belangrijke plaats in. In het SOP beschrijven we welke ondersteuning wij nu al kunnen realiseren en voor welke ondersteuning we (nog) niet zijn toegerust.
 
Uitgangspunt:
  1. De zwakke, zeer instructieafhankelijke leerlingen. Deze groep kinderen zal vaak extra uitleg (pre-teaching en verlengde instructie) krijgen en extra hulp nodig hebben en zal vaak met een aangepaste leerstofhoeveelheid werken.
  2. De instructieafhankelijke leerlingen. Deze groep kinderen zal na instructie zonder problemen de leerstof zelfstandig verwerken.
  3. De weinig of niet instructieafhankelijke leerlingen. Deze groep kinderen hoeft niet op de hele uitleg te wachten, maar kan vaak zelfstandig met de leerstof aan de gang. Deze kinderen krijgen extra verdiepingsstof.
 
De leerlingenzorg in de praktijk:
Wij hanteren het leerstofjaarklassensysteem, met veel aandacht voor het individuele kind en we gaan daarbij uit van het concept Passend Onderwijs. Onze school staat open voor alle leerlingen die aangemeld worden door hun ouders/verzorgers, waarbij in samenspraak wordt gekeken of De Uilenhorst kan bieden wat de leerling nodig heeft.
De kwaliteit van het onderwijs hangt sterk samen met de mate waarin de school is toegerust om er voor te zorgen dat een kind zich zo optimaal mogelijk ontwikkelt. Dit betekent dat de school de verantwoording draagt om een kind te begeleiden zin zijn/haar doorstroming naar het vervolgonderwijs. In ons onderwijs proberen wij zo goed mogelijk rekening te houden met de mogelijkheden en vaardigheden van het kind. Om daar een goed beeld van te krijgen volgen wij de kinderen zowel op cognitief (het leren) als op sociaal gebied.
 
*Cognitief:
Naast de methodegebonden toetsen en observaties worden alle leerlingen minimaal 2 keer per jaar getoetst middels het Cito Leerlingvolgsysteem. Dit is een leerlingvolgsysteem met landelijk genormeerde toetsen, zodat wij een vergelijking kunnen maken met andere scholen in Nederland.
 
*Sociaal emotioneel
Ook op sociaal emotioneel gebied worden leerlingen gevolgd in hun ontwikkeling. Naast observatie tijdens het dagelijks werk, buiten spel e.d. maken wij gebruik van de methode en het leerlingvolgsysteem van ‘De Kanjertraining’
Wat doen wij met de verkregen gegevens:
Twee keer per jaar worden de resultaten besproken tijdens  een groeps- en leerlingbespreking.
 
Leerlingen die bij één of meer vakgebieden op niveau IV of V scoren in het Cito leerlingvolgsysteem of zwak scoren op de Kanjertraining krijgen extra ondersteuning; hiervoor worden er groepsoverzichten en groepsplannen gemaakt. Wij proberen bij uitvallende scores zoveel mogelijk groepsgericht te werken. Mochten er maar weinig kinderen uitvallen en/of afwijkend gedrag vertonen dan wordt een individueel handelingsplan opgesteld. Ouders worden hiervan op de hoogte gesteld zodat de hulp thuis afgestemd kan worden op de hulp op school.
 
Het team werkt volgens de volgende stappen van planmatig handelen:
  1. Ontdekken van een probleem (signaleren)
  2. In kaart brengen van het probleem ( analyseren en diagnosticeren)
  3. Bedenken van oplossingen (formuleren)
  4. Werken met het kind (handelen)
  5. Evalueren
 
Uiteraard is het onderwijsaanbod afgestemd op het bereiken van de kerndoelen. De kerndoelen zijn vertaald naar groepsdoelen. Daarbinnen wordt aan de hand van de individuele ontwikkelingen vastgesteld welke stof op welke wijze moet worden aangeboden. We willen ervoor zorgen dat we het maximale uit ieder kind halen.
Het basismodel is dat binnen de groep het onderwijs op drie niveaus wordt aangeboden. Basisstof voor alle kinderen, herhalingsstof voor kinderen die wat moeite hebben met de basisstof en verrijkingsstof voor de vlotte en goed presterende kinderen.

In alle groepen is er sprake van effectief klassenmanagement. Leerkrachten zijn op de hoogte van de doorlopende leerlijnen van groep 1 tot en met groep 8. Zij kennen de doelen en het onderwijsaanbod van die doorlopende leerlijnen en realiseren de schooldoelen van de eigen groep.

De school werkt met ontwikkelperspectieven voor leerlingen met extra onderwijsbehoeften. Daarnaast is de school bekend met ondersteunende programma's voor dyslexie.
 
Ondanks alle inspanningen komt het soms voor dat we niet genoeg vat krijgen op de problemen van een kind. In dat geval vragen wij advies, middels consultatiegesprekken, aan onze orthopedagoog Maaike de Waal  Zij is werkzaam binnen ons Samenwerkingsverband. Zij sluist , als er specifieke deskundigheid nodig is, onze vragen door naar de CCAT, en daar wordt dan bekeken welke ondersteuning wenselijk is.
Afhankelijk van de uitkomsten van dit nader onderzoek zijn er weer enkele mogelijkheden voor vervolg:
  1. De hulpverlening wordt op school voortgezet door de groepsleerkracht
  2. Aanbieden van een eigen, aangepast ontwikkelingsperspectief.
  3. Leerling wordt aangemeld bij de CCAT, Centrale Commissie Arrangeren en Toewijzen. De CCAT beslist over de begeleiding vanuit de binnen Catent beschikbare specialistische expertise
  4. De leerling wordt aangemeld bij de CCAT gericht op het voorbereiden van een toelaatbaarheidsverklaring voor S(B)O.
 
´Meerbegaafde´ kinderen:
Meerbegaafde kinderen behoeven extra aandacht en zorg. Er zijn extra materialen aanwezig om tegemoet te komen aan de extra uitdaging die deze kinderen nodig hebben. Ook werken wij in de begeleiding van deze kinderen nauw samen met het Agnietencollege
 
Verwijsgedrag:
Wij streven ernaar een kind zo lang mogelijk onderwijs in zijn eigen woon- en leefomgeving te laten volgen. Mocht echter blijken dat wij, na het doorlopen van bovenstaande procedures, het kind onvoldoende kunnen begeleiden, wordt het kind besproken bij de CCAT.
Als school proberen we steeds vaardiger te worden in het omgaan met verschillen tussen kinderen. Dit houdt in, dat we ons voortdurend bijscholen.
Daarnaast zoeken wij nadrukkelijk ook de samenwerking met de andere basisscholen binnen de kern Wezep.
 
Contacten met ouders:
Ouders van zorgleerlingen worden zo snel mogelijk geïnformeerd over de gesignaleerde problematiek van hun kind. Ze worden vervolgens gekend en betrokken in het op te stellen kindplan. School en ouders werken aan hetzelfde doel. Vervolgens worden ouders regelmatig op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen van hun kind. Ouders kunnen een beroep doen op informatiemateriaal m.b.t. de gesignaleerde problematiek via school.
Bij het vastleggen en archiveren van leerling-gegevens worden de regels van de wet op de privacy strikt gehanteerd.
 
Organisatie:
De eindverantwoordelijkheid voor de totale zorgstructuur berust bij de directie van de school. De uitvoering van alle zorgactiviteiten wordt gecoördineerd door de intern begeleider.
De directe hulpverlening aan leerlingen wordt uitgevoerd door de groepsleerkracht, en de ambulant begeleider of door externe instanties.
 
De school beschikt over een orthotheek, waarin opgenomen is:  
In sommige gevallen zal ons profiel te algemeen zijn. Als het over uw eigen kind gaat, is het daarom altijd goed om met ons persoonlijk te bespreken welke ondersteuning wij uw kind kunnen bieden. U vindt ons SOP terug op de website www.deuilenhorst.nl
 
Particuliere hulp onder schooltijd
Alle scholen, vallende onder de Stichting CATENT, hebben afspraken gemaakt ten aanzien van particuliere /externe hulp onder schooltijd.
Externe hulp aan kinderen dient bij voorkeur buiten schooltijd te worden gerealiseerd. Onder bepaalde voorwaarden kan de directeur toestemming verlenen voor het realiseren van externe hulp onder schooltijd, zoals hieronder beschreven.
 
Criteria voor externe hulp onder schooltijd:
  1. De hulp moet, mede om de kwaliteit te waarborgen, worden gegeven door één van de volgende personen, instanties of instellingen:
    • Een GZ-psycholoog.
    • Een RT-er werkzaam in een praktijk, die geregistreerd staat bij de LBRT.
    • Een paramedische instantie, waarbij de geboden hulp vergoed wordt door een ziektekostenverzekering (logopedie, fysiotherapie, Intraverte).
    • Een dyslexiecentrum dat voldoet aan de criteria zoals omschreven door Leo Blomert van de Universiteit van Maastricht in zijn onderzoek in opdracht van CVZ/VWS.
  2. Ouders/verzorgers tekenen een formulier waaruit blijkt dat op een bepaald tijdstip de leerling niet in school is. De ouders nemen de verantwoording voor het betreffende kind gedurende de tijd dat het kind afwezig is van school over (dus ook tijdens vervoer naar de behandelplaats).
  3. De school wordt op de hoogte gesteld van het programma externe hulp, de bijstellingen daarin en de vorderingen van de leerling binnen het te volgen programma. Ouders dienen daartoe het voor de leerling opgestelde handelingsplan aan de school te overleggen. De school blijft eindverantwoordelijk voor het uit te voeren totale lesprogramma, aangezien die onder de verplichte onderwijstijd geschiedt.
  4. De hulp moet passend en/of ondersteunend binnen de eindtermen PO zijn.
  5. Het moet hulp betreffen waarvoor de expertise op school niet of niet voldoende (ook in formatief opzicht) aanwezig is.
  6. Afgewogen moet worden of de extern verleende hulp een meerwaarde heeft gericht op de ontwikkeling van de betreffende leerling. Bij deze afweging speelt onderzoek waaruit blijkt dat de hulp voor de leerling noodzakelijk is een rol. De directeur beslist of de extern te bieden hulp onder schooltijd toegestaan wordt.